Pedagogisch beleid

Pedagogisch beleid

Pedagogisch beleid 

Voorwoord 

Voor u ligt het pedagogisch beleid van Kinderopvang-Ambacht. Het pedagogisch beleid is geen statisch geheel. Werken met kinderen is een levendig en dynamisch gebeuren en daarom is dit beleid een leidraad waarover discussie mogelijk is en dat bijgesteld kan worden.  

Als organisatie hebben wij ons de opdracht gesteld om een pedagogisch beleids- en werkplan te schrijven om voortdurend te werken aan kwaliteit en die kwaliteit te bewaken. Het pedagogisch beleid is richtinggevend. Voor de dagelijkse praktijk is deze verwoord in het pedagogisch werkplan 0-4 jaar en het pedagogisch werkplan 4-13 jaar. Het geeft inzicht in onze uitgangspunten met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van kinderen en de functie die Kinderopvang-Ambacht daarin heeft. 

Het hebben van een pedagogisch beleids- en werkplan biedt voordelen: 

  • Medewerkersgebruiken het als leidraad en reflectie op hun dagelijks handelen. Voor nieuwe medewerkers geeft het een goed beeld van onze werkwijze; 
  • Ouders, die voor de opvang van hun kinderen gebruik maken van de kindercentra of overwegen om dat te doen, kunnen we inzicht geven over de wijze waarop wij met kinderen omgaan;
  • kinderenbieden we veiligheid, zorg, structuur en ontwikkelingsmogelijkheden. 
  1. Visie en doelstelling

Visie op kinderopvang 

Kinderopvang-Ambacht heeft de ambitie de plek te zijn voor kinderen waarbij de focus ligt op plezier, ontwikkeling en innovatie. Wij faciliteren hierin diverse ontmoetingsplaatsen waar we een breed palet van opvang, activiteiten, speel- en ontwikkelingsprogramma’s aanbieden. 
Wij betrekken de directe omgeving van het kind hier actief bij en werken samen met alle lokale partners die zich, net als wij, richten op de groei van kinderen. Voor de ontwikkeling van onze medewerkers hebben we de Ambacht Academy waar zelfontplooiing en professionele groei centraal staan. 

Pedagogisch doelstelling 

Een kind ontwikkelt zich maximaal als het plezier heeft. Kinderopvang-Ambacht is een kleurrijk en toegankelijk ontmoetingspunt waar kinderen spelen en leren. 

Pedagogische uitgangspunten 

- een veilige, vertrouwde en uitdagende omgeving creëren; 

- zorgdragen voor het welbevinden van het kind als individu en als onderdeel van een groep; 

- het bevorderen van de ontwikkeling van sociale competenties; 

- het bevorderen van de ontwikkeling van persoonlijke competenties; 

- respect tonen voor anderen; 

- samenwerken met ouders;  

  1. Een veilige, vertrouwde en uitdagende omgeving

Accommodaties 

Kinderopvang-Ambacht kent vier soorten opvang: dagopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelgroepen en Siem. Alle opvang wordt geboden in goede en veilige gebouwen. 

Om die veiligheid te waarborgen, heeft iedere locatie zijn eigen beleidsplan  veiligheid en gezondheid. Hierin staat wat risico's op de locaties zijn en wat we er aan doen om deze zo klein mogelijk te maken. Deze is niet alleen gericht op de veiligheid van de gebouwen, maar ook op het leefklimaat binnen en het dagelijks handelen van de pedagogisch medewerkers en de kinderen. Alle gebouwen worden jaarlijks gecontroleerd door de brandweer. 

Inrichting 

Bij de aanschaf van meubilair en speelgoed wordt gelet op veiligheid, duurzaamheid en functionaliteit. De pedagogisch medewerkers zijn verantwoordelijk voor het signaleren van kapot of gevaarlijk meubilair en speelgoed. Als daarvan sprake is, geven zij dit aan bij de locatiemanager. Die zorgt voor reparatie of vervanging. Jaarlijks is er budget voor vervanging van speelgoed en de aanschaf van nieuw speelgoed. Alle locaties hebben speelhoeken. De ruimtes zijn overzichtelijk en tegelijk uitdagend ingericht. Voor elk ontwikkelingsgebied is voldoende materiaal aanwezig. 

Plaatsing 

Wij streven er naar de kinderen in 1 stamgroep te plaatsen. Wanneer dit niet haalbaar is kan een kind in 2 stamgroepen geplaatst worden. Dit gaat altijd in overleg met de ouders en staat in de leveringsvoorwaarden vermeld. In de zgn. akkoordverklaring meerdere stamgroepen wordt hiervoor toestemming gegeven door de ouders. 
Bij een lage bezetting van groepen worden er groepen samengevoegd. Hierbij houden we rekening met de leeftijdsindeling, de maximale groepsgrootte en de inzet van PMers. Wij zorgen er voor dat er voor alle kinderen een vertrouwde PMer op de groep staat. 
Door het werken met een open deuren beleid maakt ieder kind contact met de PMers van de locatie. Dit zorgt ervoor dat de kinderen en de ouders bekend zijn met alle groepsruimten en met het hele team.  
Bij structurele lage bezetting en in vakantie periodes wordt groepen samengevoegd. Ouders worden tijdig op de hoogte gebracht door de PMers en via het informatiebord naast de deur van de groep.  
 
Ouders kunnen naast de vaste opvang dagen incidenteel een extra dag afnemen. De extra dag kan alleen wanneer er ruimte is binnen de groepsbezetting. Wanneer de ouder geen bezwaar heeft kan een kind voor deze extra dag in een andere groep geplaatst worden. Het aanvragen van extra dagen kan via onze ouderapp. 
Alle afspraken rondom extra dagen staan vermeld in de leveringsvoorwaarde. 

Opvang 0 tot 4 jaar 

Dagopvang 

Bij alle groepen is er per dag een vast team van pedagogisch medewerkers aanwezig. 

De babygroep biedt opvang aan maximaal 10 kinderen (van 10 weken t/m 27 maanden). De peutergroep bestaat uit maximaal 16 kinderen (tussen de 2 en 4 jaar). Bij de overgang van de baby- naar de peutergroep wordt extra aandacht besteed aan ouder en kind om de overgang zo prettig mogelijk te laten verlopen. Afspraken hierover staan in ons wenbeleid. De verticale groep bestaat uit maximaal 12 kinderen ( van 10 weken tot 4 jaar). 

Peuterspeelgroep 

In de peuterspeelgroepen werken we met twee beroepskrachten. De groep bestaat maximaal uit 16 kinderen in de leeftijd vanaf 2 tot 4 jaar. 

Siem 

Bij Siem werken een pedagogisch medewerker en een leerkracht samen op de groep. De groep bestaat uit maximaal 16 peuters vanaf 3 jaar. 

Om kinderen de gelegenheid te geven een veilige plek in de groep te verwerven en een band met de pedagogisch medewerkers op te bouwen, werken wij binnen de opvang van 0 tot 4 jaar met een wenprotocol. 

Buitenschoolse opvang 4 tot 13 jaar(BSO) 

In de BSO werken we met vaste pedagogisch medewerkers per basisgroep. De formatie is zo dat op elke tien kinderen één pedagogisch medewerker staat. Een groep bestaat uit 20 kinderen begeleid door twee PMers. Vanaf 8 jaar kunnen de groepen uit 30 kinderen bestaan. Wij werken met aparte groepen voor kinderen in de onder- en bovenbouw. Bij een BSO locatie met vier groepen of meer zijn de indelingen per leeftijd. Kinderen van groep 1 en 2 bij elkaar, groep 3 en 4, 5 en 6, 7 en 8 bij elkaar. Bij de locatie met 1 BSO groep is de leeftijd van 4 tot 13 jaar in 1 groep. 

Op woensdag en vrijdag worden groepen samengevoegd omdat de bezetting dan laag is. Ook tijdens vakanties worden groepen samengevoegd. Na inventarisatie bij de ouders wordt voor de hele vakantieperiode de groepen samengesteld. Hierbij worden koppelgroepen samengevoegd. De teams zorgen ervoor dat er altijd vertrouwde PMers aanwezig zijn. 

Wanneer kinderen over gaan van de dagopvang naar de BSO krijgen de kinderen de gelegenheid om te wennen. De kinderen en ouders maken vooraf kennis met de groep, de kinderen en de PMers. Ook binnen de BSO gaan kinderen wennen in de groep. De PMers dagopvang en BSO maken hierover afspraken met elkaar en met de ouders.  Bij nieuwe kinderen worden wenafspraken gemaakt tijdens de intake. 

Dagprogramma 

Om kinderen van 0 tot 4 jaar structuur en houvast te bieden, hanteren we een dagindeling waarin verschoningsmomenten, eten en drinken, slapen en spelen vaste onderdelen zijn. 

Er is een balans tussen rustige momenten en momenten waarin thema gerichte activiteiten op de verschillende ontwikkelingsgebieden van het kind worden aangeboden. 

Op onze peuterspeelzalen wordt er gewerkt met het VVE taalstimuleringsprogramma “Uk en Puk". Puk is een handpop en woont op de peuterspeelzaal. Puk wordt overal bij betrokken, bij het zingen, in de kring, bij het voorlezen en alle andere activiteiten. Via Puk worden kinderen gestimuleerd te praten en mee te doen met een groepsactiviteit. 

Bij Siem krijgen de peuters van 3 jaar een educatief programma aangeboden waarbij spelend leren voorop staat. Het programma bij Siem maakt de overstap naar de basisschool voor de peuter makkelijker. 

Bij de kinderen van 4 tot 13 jaar wordt de dagindeling voor een groot deel bepaald door het schoolritme. De basis is een gezellige en sfeervolle plek creëren. Van hier uit bieden de pedagogisch medewerkers verschillende individuele en groepsgerichte initiatieven, activiteiten en workshops aan. Daarbij wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met behoeften en wensen van het kind. Kinderparticipatie is een vast onderdeel. 

Buitenspelen 

Buitenspelen behoort elke dag tot de mogelijkheid, ongeacht de weersinvloeden maar wel op verantwoordelijke wijze. Buitenspelen moet toereikend zijn voor ieder kind van elke leeftijd en naar behoefte van het kind worden gestimuleerd door pedagogisch medewerkers. Buitenspelen is gezond en stimuleert de motorische ontwikkeling en biedt plezier. Ook bij minder mooi weer is het streven dat er naar buiten wordt gegaan. Daarbij kan het gebeuren dat de kleding vies wordt. Wij adviseren dan ook, om teleurstelling te voorkomen hier rekening mee te houden. Pedagogisch medewerkers houden rekening met de behoefte van het kind. Buitenspelen wordt ook meegenomen in het open-deuren -beleid. Willen kinderen naar buiten of kiezen ze voor een binnen activiteit. Er wordt gekeken naar leeftijd en aanbod van spelmateriaal. Buitenspelen is deels vrij spelen en deels begeleid spelen, ontdekken en dat kan in een veilige en kindvriendelijke buiten speelruimte. 

Open-deuren-beleid 

Vanuit onze pedagogische visie hebben we gekozen voor een open-deuren-beleid met een dagelijks aanbod van verschillende activiteiten in verschillende ruimtes. Kinderen krijgen zo meer bewegings- en speelruimte. Ze hebben de gelegenheid om zelf beslissingen te nemen en naast de kinderen van hun eigen groep ook de kinderen van de andere groep te leren kennen. Het vertrekpunt blijft de stamgroep. 

Binnen de BSO worden verschillende activiteiten aangeboden. Deze zijn gericht op sport en spel, kunst en cultuur. Bij deze activiteiten gebruiken we alle ruimten van de BSO en van andere organisaties waarmee we samenwerken. 

Personeel 

Kinderopvang Ambacht werkt alleen met gekwalificeerde pedagogisch medewerkers op MBO en HBO niveau. Op de locaties staan vaste pedagogisch medewerkers zodat er altijd een vertrouwd aanspreekpunt is voor ouders. Op de locaties werken ook stagiaires van de opleiding Pedagogisch Werker niveau 3 en 4. De stagiaires werken onder verantwoordelijkheid van de pedagogisch medewerker en werken boventallig, dus naast de pedagogisch medewerkers. Wat een stagiaire allemaal mag doen op de groep staat beschreven in ons stagebeleid. (zie bijlage) Op enkele locaties is er een groepshulp. De groepshulp verricht vooral huishoudelijke en verzorgende taken op een locatie. De locatiemanager heeft de dagelijkse leiding en is zowel voor ouders als voor de medewerkers het eerste aanspreekpunt. Tevens zorgen zij, samen met het team, voor een goede werkomgeving en het op de juiste manier in praktijk brengen van het pedagogisch beleidsplan. Het team wordt aangevuld met pedagogisch medewerkers die op invalbasis beschikbaar zijn. De invalkrachten werken zo veel mogelijk voor één locatie zodat u en de kinderen hen leren kennen. We brengen de kinderen van en naar school met stints of met de bus. Deze wordt bestuurd door een medewerker of een taxichauffeur. Er is altijd een bekende medewerker als begeleiding bij aanwezig. Wij werken niet met vrijwilligers op de groepen. 

 
Inzet personeel 
Alle teams werken met een dienstrooster welke opgesteld wordt door de leidinggevende. Bij de dagopvang wordt er met twee-  en drie diensttijden gewerkt. 7.00 tot 16.30 uur 8.00 tot 17.00 uur of 8.15 tot 17.15 uur en 9.00 tot 18.30 uur. Van 8.00 tot 9.00 uur, van 13.00 tot 14.00 uur en van 16.30 tot 17.30 uur wijken we af van de BKR regeling. Tussen 7.30 -8.00uur, 9.00 en 13.00 uur, 14.00 tot 16.30 uur en 17.30 tot 18.00 uur wijken we niet af van de leidster kind ratio. Van elke (koppel)groep start er een pedagogisch medewerker vroeg en is er een pedagogisch medewerker laat. De kinderen worden opgevangen in de voor hen bekende ruimten. Dit zijn de stamgroep en de speelhal welke verbonden is met de stamgroep. 

Bij de buitenschoolse opvang wordt er tijdens schoolweken niet afgeweken van BKR regeling. Alle pedagogisch medewerkers starten op hetzelfde tijd en werken tot aan het einde van de dag. Tijdens schoolvakanties geldt voor de BSO de zelfde als voor de dagopvang. Er wordt met twee – en drie diensttijden gewerkt. 7.00 tot 16.30 uur 8.00 tot 17.00 uur of 8.15 tot 17.15 uur en 9.00 tot 18.30 uur. Van 8.00 tot 9.00 uur, van 13.00 tot 14.00 uur en van 16.30 tot 17.30 uur wijken we af van de BKR regeling. Tussen 7.30 -8.00uur, 9.00 en 13.00 uur, 14.00 tot 16.30 uur en 17.30 tot 18.00 uur wijken we niet af van de leidster kind ratio. Van elke (koppel)groep start er een pedagogisch medewerker vroeg en is er een pedagogisch medewerker laat. De kinderen worden opgevangen in de voor hen bekende ruimten. Dit zijn de basisgroep en de speelhal welke verbonden is met de basisgroep. 

 
Pedagogisch medewerkers gaan tussen de middag een half uur met pauze. Ook hiervoor geldt een rooster. De vroege dienst gaat om 13.00 uur, de tussendienst gaat om 13.15 uren de late dienst om 13.30.  Zo is er altijd een vaste pedagogisch medewerker bij de kinderen. 
Op het moment dat er een pedagogisch medewerker alleen in het pand is met een aantal kinderen zorgt de locatiemanager voor een achterwacht. Indien van toepassing zijn de afspraken hierover per locatie vastgelegd. Een achterwacht kan een tweede persoon zijn aanwezig in het pand of een persoon die binnen 15 minuten op de locatie aanwezig kan zijn. 

  

  1. 3. Welbevinden van het kind als individu en binnen de groep

Algemene uitgangspunten 

Ieder kind is uniek. Karakter en persoonlijkheid zijn mede bepalend voor de wijze waarop en het tempo waarin ieder kind zich ontwikkelt. De ontwikkeling van kinderen speelt zich in de eerste plaats af in de eigen omgeving, waar de ouders als belangrijkste opvoeders een rol vervullen. We zien de rol van de kinderopvang en de individuele pedagogisch medewerkers daarbinnen als een aanvulling op de opvoeding thuis 

Het is goed dat kinderen in de BSO-leeftijd zich geleidelijk meer op de buitenwereld richten en daarbij eventueel ook buiten de BSO-locatie activiteiten ontplooien. Een belangrijk uitgangspunt is dat de pedagogisch medewerkers zich ervan bewust zijn dat de BSO voor kinderen vooral om hun vrije tijd, ontspanning en plezier gaat. 

Optimale gezondheid van een kind is belangrijk om zich goed te kunnen ontwikkelen en zich veilig te voelen. Een veilige en hygiënische omgeving is hierin een belangrijk element. 

We willen bereiken dat alle kinderen zich welkom voelen en met één of meerdere pedagogische medewerkers een vertrouwensband hebben. Kinderen moeten zich vertrouwt en geborgen voelen tussen de andere kinderen in de groep. 

Er is respect en ruimte voor de eigenheid en autonomie van ieder kind. Ieder kind heeft het recht om bij te dragen aan het geheel. Rust en regelmaat binnen het dagprogramma van de groep zorgen ervoor dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen. 

Een veilige, vertrouwde relatie 

Pedagogisch medewerkers zijn emotioneel bij het kind betrokken. Binnen de opvang van 0 tot 4 jarigen vinden wij het belangrijk om te weten hoe de pedagogische aanpak van ouders is, en wat hun waarden en normen zijn. Via dagelijks contact willen wij een basis leggen voor wederzijds vertrouwen tussen ouders en pedagogisch medewerkers. 

De pedagogische medewerkers in de BSO zijn alert op de balans tussen groepsactiviteiten, individuele activiteiten en rustmomenten. Oudere BSO-kinderen voelen meer de behoefte om zelfstandig activiteiten te ondernemen. De pedagogisch medewerkers zullen dit ook stimuleren en hen leren hoe ze dit kunnen aanpakken. 

Dagelijkse communicatie 

Door de dagelijkse communicatie met kinderen bouwen we een veilige relatie met hen op. Op deze wijze laten we hen weten dat ze welkom zijn, als persoon gewaardeerd worden en dat ze kunnen rekenen op de pedagogisch medewerkers. De pedagogisch medewerkers zijn gevoelig voor wat een kind bezig houdt. Ze gaan in gesprek met het kind, laten merken dat ze rekening houden met het kind en het waarderen, en helpen als dat nodig is. 

We werken met stam- en basisgroepen die begeleid worden door vaste pedagogisch medewerkers. Daardoor leren kinderen elkaar kennen en wordt het gemakkelijker voor hen om samen te spelen. We zorgen ervoor dat de kinderen zich prettig voelen bij elkaar en vooral plezier met elkaar hebben. 

Vertrouwde relatie tussen kinderen 

Vertrouwdheid tussen kinderen ontstaat door regelmatig samen te spelen. Door het open deuren beleid maken we gebruik van het hele gebouw. Als kinderen elkaar vaker tegenkomen, wordt het ook makkelijker om samen te spelen. Gevoelens van vriendschap en plezier ontstaan als ze leuk met elkaar kunnen spelen en dezelfde activiteiten leuk vinden. De pedagogisch medewerkers helpen de kinderen om zich veilig bij elkaar te voelen. 

Mentorschap 

Aan ieder kind van 0 tot 13 jaar wordt een mentor toegewezen. Dit De mentor is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. De mentor is het aanspreekpunt voor de ouders om de bijzonderheden, de ontwikkeling en het welbevinden van het kind te bespreken. In de buitenschoolse opvang is de mentor ook het aanspreekpunt voor het kind. Bij de inschrijving van een kind wordt het kind gekoppeld aan een mentor. Tijdens het intakegesprek krijgt de ouder uitleg over het mentorschap en maakt kennis met de mentor van haar kind. In Konnect wordt de naam van de mentor toegevoegd. 

Kinderen volgen in hun ontwikkeling 

Om kinderen optimale kansen te geven in de groep waarin ze spelen, zijn de pedagogisch medewerkers altijd bezig met observeren. Regelmatig observeren ze ook de individuele ontwikkeling van het kind. Voor kinderen van 0 tot 2 jaar gebruiken we de methode "Zo doe ik" voor de kinderen van 2 tot 4 maken we gebruik van BOSOS. Een voordeel is dat dit kind-volg systeem ook gebruikt wordt door openbaar onderwijs. Hierdoor ontstaat er een doorgaande leer en ontwikkellijn van peuter naar kleuter en pakt school de lijn op waar wij als kinderopvang hem overdragen. Ouders worden bij de intake geïnformeerd over en geven toetstemming voor de observatiemethode en de doorgaande lijn naar het basisonderwijs 

Bij het verlaten van de dagopvang, peuterspeelgroep of Siem is er een overdracht naar de basisschool. Dit gaat in samenwerking met de ouder. In de periode voordat het kind start op de basisschool heeft de mentor/pedagogisch medewerker een afrondend gesprek met de ouder over haar kind en ter voorbereiding op de basisschool. Indien akkoord tekent de ouder het overdrachtsformulier. De ontwikkeling, gedrag en eventuele bijzonderheden komen hierin aan bod. De mogelijkheid is er dat ook de leerkracht van school al bij dit gesprek aanwezig is. Wanneer kinderen overgaan van de dagopvang naar de buitenschoolse opvang wordt er toestemming gevraagd aan ouders voor overdracht naar collega's. Ouders tekenen hiervoor. Bij de BSO  wordt een intake met de ouder gepland. Tijdens de intake worden gegevens doorgenomen en akkoordverklaringen getekend.  

Bij de BSO worden de kinderen ook in hun ontwikkeling gevolgd middels een observatie systeem voor kinderen vanaf 4 jaar.   

De kinderen van 4 tot 12 jaar mogen een tevredenheidsformulier invullen. Dit wordt met hen besproken. 

Alle observaties worden in groepsoverleggen besproken. Hieruit volgen werkafspraken gericht op de begeleiding en stimulering van het kind. Aan de hand van het kind-volgsysteem worden de oudergesprekken gevoerd. Op het moment dat er zorg is over de ontwikkeling of gedrag van het kind volgen we het stroomschema observeren en welbevinden individuele kind. De pedagogisch medewerker observeert eerst gericht het kind en bespreekt haar bevindingen met haar leidinggevende. Met de ouders worden de bevindingen besproken en of zij dit herkennen. Daarna worden de te nemen stappen samen met ouders besproken en vastgelegd. Zie hiervoor bijlage 2; procedure welbevinden.

Wij proberen alle kinderen de ondersteuning te bieden die het kind nodig heeft. Dit doen wij niet alleen. We werken nauw samen met het sociaal wijkteam en jeugdteam. Indien noodzakelijk schakelt de locatiemanager het jeugdteam in voor ondersteuning in extra zorg. Dit doen we niet zonder de ouders erbij te betrekken. Vanaf het eerste moment van zorg gaan we in gesprek met de ouder en stellen samen met de ouder een plan van aanpak op. Indien noodzakelijk zal de ouder in contact gebracht worden met het jeugdteam. Dit kan met een verwijzing naar het jeugdteam of het plannen van een gesprek tussen ouder, locatiemanager en lid jeugdteam. 

Bij een vermoeden van mishandeling of misbruik geldt een ander plan van aanpak. Hiervoor maken we gebruik van ons protocol meldcode kindermishandeling en misbruik. Wanneer er een vermoeden is betrekken we daar direct de ouders bij. Dit door met de ouders in gesprek te gaan en vandaar uit een stappenplan uitzetten.  

  1. Ontwikkelingsgericht werken en competenties van kinderen

De pedagogisch medewerkers zorgen voor een kindvriendelijke omgeving waarin veiligheid, een goede sfeer, zekerheid en vertrouwen gewaarborgd zijn. Zij laten de kinderen in hun waarde. De pedagogisch medewerkers zijn op de hoogte van de verschillende ontwikkelingsgebieden van kinderen en stimuleren de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het kind. 

Pedagogische (opvoedings)doelen en competenties: 

Emotionele veiligheid, 

Het kind moet zich veilig en geborgen voelen. Het zit lekker in zijn vel en voelt zich thuis. Het maakt echt contact met de groepsleiding en met de andere kinderen. Het is tevreden en durft zijn gevoelens te uiten. Het is ondernemend en gaat op onderzoek uit en gaat uit zichzelf spelen. Het neemt aan het eind van de dag ook weer gemakkelijk afscheid. Voor de emotionele veiligheid van kinderen is het van belang dat ze voldoende privacy hebben en dat ze kunnen spelen zonder voortdurend toezicht en sturing van de pedagogisch medewerkers. 

De rol van de pedagogisch medewerker bij de emotionele veiligheid: 

  • Voldoende aandacht voor het wennen in een nieuwe groep; 
  • Gevoelens van blijdschap, verdriet, angst en woede bij ieder kind serieus nemen; 
  • Mogelijkheden bieden aan het kind om zich veilig te voelen, zodat het zich kan hechten. Zorgdragen voor geborgenheid, waarin een bepaalde mate van structuur en voorspelbaarheid aanwezig is. Vaste pedagogisch medewerkers, rituelen en vieringen; 
  • Aandacht hebben voor lichaamstaal (inleven, invoelen en begrijpen) en ingrijpende gebeurtenissen in het leven van een kind; 
  • Een sfeer creëren waarin iedereen zich welkom voelt, want ieder kind is uniek; 

Persoonlijke competentie, 

Een kind heeft autonomie en ontwikkelt persoonlijke vaardigheden. Dit is onder meer te herkennen aan een goed ontwikkeld zelfvertrouwen. Daarnaast neemt het kind initiatieven en kan het problemen zelf oplossen. Het gebruikt zijn eigen talent en is ondernemend. De spraak en taal zijn goed ontwikkeld, evenals de grove en fijne motoriek. 

Rol van de pedagogisch medewerker bij het ontwikkelen van persoonlijke competenties: 

  • Zorgdragen voor een uitdagende omgeving die tegemoet komt aan het verlangen van kinderen om op verkenning te gaan, nieuwe dingen te ontdekken en zich de wereld eigen te maken; 
  • Zorgen voor afwisseling van rustige en meer actieve activiteiten en voor voldoende gevarieerd spelmateriaal. Zo leren kinderen spelenderwijs de grenzen van hun eigen kunnen en kennen te ontdekken. Die ervaring helpt grenzen te verleggen en daarvan te leren; 
  • Aandacht besteden aan de ontwikkeling van de motoriek, spraak- en taalontwikkeling, de verstandelijke ontwikkeling en creativiteit; 
  • Kinderen helpen hun zelfvertrouwen te ontwikkelen door hen te stimuleren, waarderen en complimenteren; 
  • Kinderen leren om conflicten op te lossen; 
  • Kinderen aanmoedigen in de BSO nieuwe interesses en hobby’s te ontwikkelen; 
  • Aandacht hebben voor lichamelijke veranderingen en de ontwikkeling van seksualiteit; 
  • Kinderen stimuleren gezond en veilig gedrag te vertonen; 

Sociale competentie, 

Kinderen zijn sociaal competent als ze in een groep kunnen functioneren en als ze hun sociale vaardigheden ontwikkeld hebben. De kinderen houden rekening met anderen en zijn in staat samen te delen, spelen en conflicten op te lossen. Kinderen hebben inlevingsvermogen en de sociale contacten met kinderen en volwassenen zijn goed. Ze kennen de grenzen van de ander en gaan daar niet overheen. Ze kunnen omgaan met winnen en verliezen en kunnen tegenslagen incasseren. Ze passen zich gemakkelijk aan in een andere omgeving met andere regels. Kinderen zijn weerbaar en assertief maar komen ook op voor anderen. 

Kinderparticipatie binnen de BSO 

We vinden het belangrijk dat kinderen mee kunnen denken en praten over het reilen en zeilen op de BSO. Kinderparticipatie vindt op alle groepen plaats en is voor alle leeftijden. iedere fase van de ontwikkeling heeft een eigen manier van meedenken, beslissingen nemen en terugkijken, bijvoorbeeld op activiteiten. Het stimuleert de communicatieve vaardigheden (nadenken, onder woorden brengen, uitbeelden) de creativiteit, een positief zelfbeeld en het groepsgevoel.  

Rol van de pedagogisch medewerker bij de ontwikkeling van sociale competenties: 

  • Stimuleren van een positieve groepssfeer en kinderen aanmoedigen als het gaat om samen spelen en samen delen; 
  • Aanbieden van groepsactiviteiten en zorg dragen voor evenwicht tussen groeps- en individuele activiteiten; 
  • Aanleren van het principe geven en nemen en hoe ze conflicten kunnen oplossen; 
  • Leren hoe ze zich kunnen inleven in de ander en begrip kunnen tonen voor de ander, 
  • Leren dat iedereen anders is en dat iedereen gelijkwaardig is; 
  • Belonen van gewenst gedrag gaat voor corrigeren van ongewenst gedrag; 
  • Ongewenst gedrag bestraffen we alleen als corrigeren niet helpt; 
  • Kinderen vanaf 4 jaar aanmoedigen om actief mee te doen met kinderparticipatie en kinderactiviteiten en om verantwoordelijkheid te nemen voor hun omgeving; 

 

  1. Het overbrengen van waarden en normen

Het overbrengen van waarden en normen speelt in de opvoeding van kinderen voortdurend een rol. Kinderen die van jongs af aan geleerd hebben zich in te leven in de gevoelens van een ander zullen de waarden en normen van diverse culturen en gezinssamenstellingen eerder accepteren en respecteren. 

Om normen en waarden over te kunnen brengen, moet iedereen zich bewust zijn van zijn eigen handelen. Pedagogisch medewerkers en locatiemanagers hebben een respectvolle, open houding naar ouders, kinderen en collega’s en handelen hier ook naar. 

Alle medewerkers van Kinderopvang-Ambacht zijn zich bewust van bestaande vooroordelen bij zichzelf en bij anderen over geloof, etniciteit, sociale klasse, sekse en seksuele geaardheid. De medewerkers staan kritisch tegenover deze meningen en ongewenst gedrag dat daaruit voortvloeit. Zij zijn erop gericht dat zij op geen enkele wijze negatieve meningen laten horen over bepaalde groepen in onze samenleving. 

Omgaan met elkaar 

We leren kinderen op een positieve manier met elkaar om te gaan. Een kind wordt gevormd door de omgang met volwassenen en andere kinderen. Op beide niveaus is sprake van een voortdurende uitwisseling van waarden en normen in communicatie en interactie. 

We leren kinderen waarden als samen spelen, samen delen, elkaar helpen, samen conflicten oplossen, rekening houden met elkaar, omgaan met verschillen en regels. 

De pedagogisch medewerkers begeleiden de kinderen in wat wel en niet hoort, of wat wel en niet mag. Dit doen wij door de situatie positief te benaderen, uit te leggen waarom iets niet mag en kinderen voorbeelden te geven van wat wél kan. 

Deze positieve benadering is ook het uitgangspunt in de samenwerking onderling en met ouders. De pedagogisch medewerkers hebben een voorbeeldfunctie en zijn zich bewust van hun houding ten opzicht van elkaar. 

Socialisatie cultuuroverdracht van waarden en normen; 

Kinderen zijn gesocialiseerd als ze vertrouwd zijn met de normen en waarden van de omgeving, als ze de regels (van thuis, opvang, school, vereniging en de straat) kennen en hier goed mee om kunnen gaan. Ze weten wat wel en niet mag en kan. Ze hebben hun eigen manier gevonden om zich aan te passen en toch te zijn wie ze zijn. Ze kunnen zich goed handhaven binnen het gezin, bij de opvang, op school en in het algemeen in hun leeftijdsgroep. 

Rol van de pedagogisch medewerker bij de socialisatie: 

  • Zich bewust zijn van eigen persoonlijke waarden en normen. Zij zijn zelf niet waardenvrij en moeten het goede voorbeeld geven; 
  • Respect tonen voor anderen, hun mening en hun bezit; 
  • Respect voor gelijkwaardigheid van elk kind en mens, ongeacht leeftijd, afkomst, geslacht en religie; 
  • Accepteert van kinderen geen agressief gedrag, pestgedrag, liegen en zwart maken van andere kinderen; 
  • Stimuleert de onderlinge solidariteit bij kinderen; 
  • Kinderen leren open te staan voor gewoonten en rituelen van andere culturen en daarvoor respect te hebben; 
  • Kinderen leren wanneer ze grenzen overschrijden; 
  1. Samenwerking met ouders

Ouders dragen de eindverantwoordelijkheid voor de zorg voor en de opvoeding van hun kinderen. Kinderopvang-Ambacht draagt bij aan de opvoeding van de kinderen. Als ouders hun kind(eren) komen brengen en/of halen is er sprake van gedeelde verantwoordelijkheid; de ouders zijn de eerst verantwoordelijken. 

 Wij willen dat iedere ouder zich veilig voelt. Tijdens de wenperiode voor nieuwe kinderen zorgen wij ervoor dat ook de ouders vertrouwd raken met de groep en de locatie. 

Verbondenheid tussen ouders en pedagogisch medewerkers schept voor het kind een gevoel van veiligheid en vertrouwen. 

Ouders kunnen met hun vragen en kritiek terecht bij de pedagogisch medewerkers en de locatiemanagers. We informeren ouders helder en duidelijk en proberen een beeld te krijgen van de thuissituatie. 

Het uitwisselen van informatie gebeurt op verschillende momenten: 

- tijdens het intakegesprek; 

- bij het halen en brengen van de kinderen, via de schriftjes of ouderapp, in de 10 minutengesprekken en  tijdens ouderavonden; 

- als het kind 4 jaar wordt, is er een overdracht tussen de kinderopvang, BSO en basisschool; 

- via de website; 

- via mailing. 

-ouderapp 

De inbreng van de ouders: 

Om ouders te betrekken bij de gebeurtenissen op het kindercentrum vragen wij hen ook om ons te helpen bij het organiseren van activiteiten. 

Per locatie is een oudercommissie (OC) aanwezig. Hierin kunnen ouders meepraten en meedenken over locatiegerichte zaken. Een afgevaardigde van de oudercommissie neemt ook plaats in de Centrale Ouder Commissie (COC). Binnen de COC worden zaken besproken zoals het kwaliteitsbeleid, pedagogische beleid en wijziging in de prijs van de kinderopvang. Voor de OC en de COC zijn reglementen opgesteld: het Reglement v/d centrale oudercommissie van Kinderopvang-Ambacht en Reglement v/d oudercommissie (per locatie) van Kinderopvang-Ambacht. Daarnaast heeft de lokale oudercommissie ook een Huishoudelijk reglement lokale oudercommissie. 

De rol van de pedagogisch medewerker: 

  • er is begrip en waardering voor de positie van de ouder; 
  • stelt zich open op naar de ouder; 
  • draagt zorg voor een heldere overdracht; 
  • informeert de ouders schriftelijk en mondeling over de ontwikkeling van hun kind; 
  • informeert de ouders over het welzijn van het kind; 
  • maakt duidelijke afspraken met de ouder over de zorg van het kind; 
  • staat open voor de inbreng van de ouder over sfeer, activiteiten en opvoeding; 
  • betrekt ouders bij feesten en groepsactiviteiten; 

 

Bijlage 1 

Taken en verantwoordelijkheden stagiaire BOL-opleiding niveau 3 en 4/HBO 

Stagiaires van een BOL-opleiding zijn boventallig en zij worden niet als pedagogisch medewerker ingezet. Uitzondering hierop is het incidenteel vervangen van de vaste pedagogische medewerker op de groep in geval van ziekte of tijdens het afleggen van de proeve van bekwaamheid als onderdeel van de opleiding, anderzijds tijdens vakanties van de student. Dit is alleen mogelijk vanaf de laatste 6 maanden van het derde leerjaar bij een volwaardig stagejaar. Dit geldt alleen voor studenten van niveau 3 en 4/HBO 

Een eerste jaar student kan worden ingezet bij het begeleiden van knutsel- of spelactiviteiten, onder begeleiding van een vaste pedagogisch medewerker. Inzet bij verzorgende taken, zoals het verschonen van luiers, het voorbereiden en geven van (fles) voeding gebeurt onder toezicht van een vaste pedagogisch medewerker. De stagiaire kan worden ingezet om toezicht te houden op het buitenspelen samen met een vaste pedagogisch medewerkster 

Van een eerste jaar student wordt verwacht dat hij/zij: een enthousiaste werkhouding toont, enthousiast deelneemt aan activiteiten, communiceert met collega’s, om kan gaan met feedback, kennis maakt met ouders, op de hoogte is van het dagritme en hieraan deelneemt en de bijzonderheden van de kinderen weet (evt. allergieën, niet gehele kind dossier) 

Een tweede jaar student kan worden ingezet bij het begeleiden van knutsel- of spelactiviteiten, onder begeleiding van een vaste pedagogisch medewerker. Inzet bij verzorgende taken, zoals het verschonen van luiers, het voorbereiden en geven van (fles) voeding, naar bed brengen en uit bed halen gebeurt onder toezicht van een vaste pedagogisch medewerker. 

De stagiaire kan worden ingezet om toezicht te houden op het buitenspelen samen met een vaste pedagogisch medewerkster. 

Van een tweede jaar student wordt verwacht dat hij/zij: initiatief neemt, kinderen stimuleert, inzicht heeft in de taken en hiernaar handelt, kennis heeft gemaakt met het pedagogisch beleid, feedback kunnen geven en ontvangen en kleine overdrachten doet naar ouders. 

Een derde jaar student kan worden ingezet voor het begeleiden van knutsel- of spelactiviteiten; in eerste instantie onder begeleiding van een vaste pedagogisch medewerker en later, als zij voldoende ervaring heeft opgedaan, zelfstandig. Ook kan zij worden ingezet om toezicht te houden op het buitenspelen. Inzet bij verzorgende taken, zoals het verschonen van luiers, naar bed brengen en uit bed halen, het voorbereiden en geven van (fles) voeding, gebeurt in eerste instantie onder toezicht van een vaste pedagogisch medewerker. Op het moment dat de begeleidende pedagogisch medewerker en de opleiding ervan overtuigd zijn dat de vaardigheden die hierbij noodzakelijk zijn voldoende beheerst worden, mag een stagiaire (niveau 3 of 4/HBO) deze taken zelfstandig uitvoeren. 

Van een derde jaar student wordt verwacht dat hij/zij: bewust omgaat met het pedagogisch beleid, eigen handelen reflecteert, deelneemt aan team- en groepsoverleggen, ervaring opdoet (aanwezig zijn) bij 10-minuten gesprekken en intake gesprekken, op de hoogte is van de observatiemethode, op de hoogte is van de verschillende ontwikkelingsfases van kinderen en gelijkwaardig de groep kan meedraaien (nog altijd boventallig). 

De werkbegeleider op de groep stelt de mate waarin iemand zelfstandig ondersteunende taken mag uitvoeren op basis van haar eigen bevindingen, de bevindingen van de praktijkopleider en informatie van de begeleider vanuit de opleiding. De werkbegeleider en de praktijkopleider voeren voortgangsgesprekken met de stagiaires. Hier worden leerdoelen en persoonlijke doelen in besproken en vastgelegd. Vanaf de werkvloer krijgt de stagiaire ook feedback op haar dagelijks handelen. 

 Bijlage 2:

procedure observeren 0 tot 2 jaar en 2 tot 4 jaar 

-          Observatie van kinderen tot 2 jaar d.m.v. Zo doe ik in de groep. PM ers maken indeling mentorschap. 

-        volgen van kinderen van 2 tot 4 jaar in BOSOS 

-          Kind bespreking n.a.v. zo doe ik  of  BOSOS in groepsoverleg 

-          Vaststellen bijzonderheden in ontwikkeling en gedrag van kind 

-          LM stelt vast of er zorg is. 

-          Bij geen zorg : 

o   Afstemming werkwijze begeleiding door PM ers in groepsoverleg ( vastgelegd in notulen) 

o  terugkoppeling naar ouders door mentor 

o   Indien nodig extra observatie zo praat ik, zo beweeg ik. 

o   LM waarborgt afspraken pedagogisch beleid 

o   Uitvoering in de groep door PM ers 

o   Terugkoppeling in volgend groepsoverleg 

-            Bij zorg : 

o   Zorgvraag helder krijgen LM 

o   Afspraak specifieke observatie zo praat ik zo beweeg ik ( 0 –2 jaar) PM 

o   Terugkoppeling uitkomst observatie naar LM door PM 

o   Vaststellen zorgvraag LM 

o   Welke actie is nodig LM 

o   Gesprek ouder PM /LM 

o   Vastleggen gesprek met ouder en schirftelijke toestemming vervolgstappen LM 

o   Inschakelen jeugd team LM 

o   Terugkoppeling, stand van zaken in volgend groepsoverleg 

o   LM meldt inschakeling jeugdteam bij AD 

o   LM zorgt voor registratie

o   indien noodzakelijk aanpassing beleid. AD

  

Procedure welbevinden individuele kind 0 tot 2 jaar 

-          Observatie van kind d.m.v. schema welbevinden, in de groep. Gelijk met Zo doe ik. 

-          Kind bespreking n.a.v. observatie welbevinden in groepsoverleg 

-          Vaststellen bijzonderheden in welbevinden van kind  

-          LM stelt vast of er zorg is. 

-          Bij geen zorg : 

o   Afstemming werkwijze begeleiding door PM ers in groepsoverleg ( vastgelegd in notulen) 

o  terugkoppeling naar ouders 

o   LM waarborgt afspraken pedagogisch beleid 

o   Uitvoering van begeleiding in de groep door PM ers 

o   Terugkoppeling in volgend groepsoverleg 

-            Bij zorg : 

o   Zorgvraag helder krijgen LM 

o   Afspraak specifieke observatie LM 

o   Terugkoppeling uitkomst observatie naar PM er door LM 

o   Vaststellen zorgvraag LM 

o   Welke actie is nodig LM 

o   Gesprek ouder PM /LM 

o   Vastleggen gesprek met ouder en schirftelijke toestemming vervolgstappen LM 

o   Terugkoppeling in volgend groepsoverleg. 

Indien noodzakelijk: 

o   Inschakelen jeugdteam LM 

o   LM meldt inschakeling jeugdteam bij AD 

o   LM zorgt voor registratie 

o   indien noodzakelijk aanpassing beleid. AD

  

Procedure observatie 4 tot 12 jaar. 

-          Observatie van het kind. PM ers plannen de observatie in het eerste kwartaal van het jaar. 

-          Kind bespreking in groepsoverleg 

-          Vaststellen bijzonderheden in ontwikkeling of gedrag van het kind ( vastleggen in notulen) 

-          Vaststellen of er zorg is. LM 

-          Bij geen zorg: 

o   Afstemming werkwijze begeleiding door PM ers in groepsoverleg ( vastgelegd in notulen) 

o  terugkoppeling naar ouders door mentor 

o   LM waarborgt afspraken pedagogisch beleid 

o   Uitvoering begeleiding in de groep door PM ers 

o   Terugkoppeling in volgend groepsoverleg 

-          Bij zorg 

o   Zorgvraag helder krijgen LM 

o   Afspraak specifieke observatie  PM 

o   Terugkoppeling uitkomst observatie naar LM door PM 

o   Vaststellen zorgvraag LM 

o   Welke actie is nodig LM 

o   Gesprek ouder PM /LM 

o   Vastleggen gesprek met ouder en schirftelijke toestemming vervolgstappen LM 

o   Gesprek met school (vastleggen van afspraken en terugkoppeling naar ouder) LM 

Indien noodzakelijk 

o   Inschakelen  jeugdteam ins samenwerking met school 

o   Terugkoppeling, stand van zaken in volgend groepsoverleg 

o   LM meldt inschakeling jeugdteam bij AD 

o   LM zorgt voor registratie

o   indien noodzakelijk aanpassing beleid. AD

  

Kind tevredenheid voor 4 tot 12 jaar. 

-          Ieder kind vult een formulier tevredenheid in. 

-          PM ers bespreken de uitkomst  in groepsoverleg 

-          In groepsoverleg wordt een actieplan opgesteld 

-          Daarna is er  een terugkoppeling naar kinderen en ouders.